Wanneer ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen, zijn zij verplicht om samen belangrijke beslissingen over hun kind te nemen. De schoolkeuze is zo’n belangrijke beslissing. In de praktijk blijkt echter regelmatig dat ouders het hierover niet eens worden. In dat geval kan de rechter vervangende toestemming voor de schoolkeuze verlenen op grond van artikel 1:253a BW. Maar wanneer wordt vervangende toestemming toegekend en waar let de rechter op?
Gezamenlijk gezag en de keuze voor een school
Bij gezamenlijk gezag hebben beide ouders een gelijkwaardige stem in beslissingen die het leven en de ontwikkeling van hun kind ingrijpend beïnvloeden. De keuze voor een basisschool of middelbare school valt hier nadrukkelijk onder. Dat betekent dat één ouder het kind niet mag inschrijven bij een school zonder toestemming van de andere ouder.
Na een scheiding ontstaan hierover regelmatig conflicten. Denk aan verschillen van inzicht over onderwijsniveau, religieuze achtergrond, afstand tot de woning of aansluiting bij de zorgregeling.
Wat is vervangende toestemming op grond van art. 1:253a BW?
Als één ouder zijn of haar toestemming voor de schoolkeuze weigert, kan de andere ouder de rechter verzoeken om vervangende toestemming op basis van artikel 1:253a Burgerlijk Wetboek. De rechter neemt dan een beslissing die de ontbrekende toestemming van de andere ouder vervangt, zodat het kind alsnog kan worden ingeschreven op de betreffende school.
Het uitgangspunt daarbij is altijd het belang van het kind. De persoonlijke voorkeuren of conflicten tussen ouders zijn daaraan ondergeschikt.
Waar kijkt de rechter naar bij vervangende toestemming schoolkeuze?
Bij de beoordeling van een verzoek om vervangende toestemming weegt de rechter alle relevante omstandigheden van het geval. Daarbij wordt onder meer gekeken naar:
- de continuïteit en stabiliteit in het leven van het kind;
- de afstand tussen de school en de woningen van beide ouders;
- de praktische uitvoerbaarheid binnen de zorgregeling;
- de sociale omgeving van het kind (vriendjes, opvang, vertrouwd netwerk);
- de wens van het kind, afhankelijk van leeftijd en mate van rijpheid;
- de mate waarin ouders in staat zijn tot constructief overleg en samenwerking.
De rechter maakt een belangenafweging en kiest de oplossing die voor het kind het meest passend en toekomstbestendig is.
Voorbeeld uit de rechtspraak
Op 2 december 2025 oordeelde de rechtbank Den Haag in een zaak over vervangende toestemming voor de schoolkeuze tussen ouders met gezamenlijk gezag (ECLI:NL:RBDHA:2025:25668). De moeder was met het kind naar Delft verhuisd, terwijl de vader in Schiedam bleef wonen en zich verzette tegen een school in Delft.
De rechtbank stelde het belang van het kind voorop en achtte het wenselijk dat zij naar een school in de buurt van één van de ouders zou gaan, zodat zij zelfstandig kon reizen en haar sociale leven kon opbouwen. Om te voorkomen dat het kind in een loyaliteitsconflict zou raken, nam de rechtbank zelf een beslissing.
Op grond van art. 1:253a BW werd vervangende toestemming verleend voor inschrijving op een middelbare school in Delft, waarbij de ouders gezamenlijk betrokken blijven bij de uiteindelijke schoolkeuze.
Contact
Heeft u vragen over het verkrijgen van vervangende toestemming door de rechter of wilt u weten hoe dit op uw situatie van toepassing is? Neem dan contact op met ons kantoor. Onze advocaten staan klaar om u deskundig te adviseren en te begeleiden.