Een haarstuk kopen? Op zichzelf niets bijzonders. Maar als u vlak voor een scheiding gemeenschapsvermogen uitgeeft aan een haarstuk, kán dat onder omstandigheden zelfs leiden tot een vergoedingsplicht aan uw ex-partner. Wat is benadeling van de gemeenschap en wanneer moet u bij een scheiding voor uw eigen uitgaven opdraaien?

Wat is benadeling van de gemeenschap?

Van benadeling van de gemeenschap is sprake wanneer een echtgenoot de gemeenschappelijke vermogenspositie vermindert door bijvoorbeeld zonder goede reden (1) gemeenschapsgoederen te verspillen of (2) lichtvaardig schulden te maken. En (3) ook bepaalde rechtshandelingen waarvoor op grond van artikel 1:88 Burgerlijk Wetboek (BW) toestemming van de andere echtgenoot nodig is, kunnen onder artikel 1:164 BW vallen.

Niet iedere uitgave of opname van geld betekent dat de gemeenschap is benadeeld. Daarvoor moet sprake zijn van lichtvaardig handelen of verspillen van gemeenschappelijk vermogen. Degene die zich op benadeling beroept, moet bovendien voldoende kunnen onderbouwen waaruit die benadeling bestaat. Als die onderbouwing ontbreekt, zal de rechter geen benadeling aannemen. Dat blijkt uit de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 2 januari 2025.

De rechter kijkt daarbij onder meer naar de reden waarom het geld is uitgegeven en naar de omstandigheden waaronder dat is gebeurd. Het moet bijvoorbeeld gaan om het zonder goede reden opmaken van gemeenschappelijk geld of om het bewust benadelen van de andere echtgenoot. Alleen het opnemen van geld van een gezamenlijke rekening is op zichzelf dus onvoldoende.

Over welke periode gaat het?

Artikel 1:164 BW ziet op benadeling die heeft plaatsgevonden na de aanvang van het echtscheidingsgeding óf binnen zes maanden daarvoor. Het gaat dus nadrukkelijk om een beperkte periode rondom de echtscheidingsprocedure.

Deze termijn is belangrijk. Een uitgave die jaren eerder tijdens het huwelijk is gedaan, kan niet zonder meer via artikel 1:164 BW worden gecorrigeerd. Voor de toepassing van het artikel moet bovendien worden vastgesteld dat daadwerkelijk sprake is van benadeling in de zin van de wet.

Wat zijn de gevolgen voor de verdeling?

Als de rechter vaststelt dat artikel 1:164 BW van toepassing is, moet de echtgenoot die de gemeenschap heeft benadeeld de aangerichte schade aan de gemeenschap vergoeden. Daarmee wordt voorkomen dat de andere echtgenoot door het handelen van zijn of haar partner uiteindelijk de helft van het verlies draagt.

In de praktijk betekent dit vaak dat de benadelende echtgenoot de helft van het benadeelde bedrag aan de andere echtgenoot moet betalen. De schadevergoeding wordt vervolgens betrokken bij de financiële afwikkeling van de echtscheiding.

Een recent voorbeeld uit de rechtspraak

Een opvallend voorbeeld uit de rechtspraak is een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van juli 2025. In deze zaak had de vrouw kort na het uiteengaan van partijen een bedrag van € 3.181,30 overgemaakt aan haar kapster voor de aanschaf van een haarstuk. Op zichzelf hoeft de aanschaf van een haarstuk natuurlijk geen benadeling van de gemeenschap te zijn. In dit geval was er echter meer aan de hand.

De vrouw had in datzelfde jaar al een haarstuk gekocht en kon geen duidelijke verklaring geven waarom zij, anders dan gebruikelijk, een tweede haarstuk aanschafte. Ook bleef onduidelijk voor welk jaar de kosten bij de verzekering waren gedeclareerd. Het Gerechtshof oordeelde daarom dat sprake was van benadeling van de gemeenschap. De vrouw moest het volledige bedrag aan de gemeenschap vergoeden. Omdat ieder van de echtgenoten recht had op de helft van de gemeenschap, moest zij uiteindelijk € 1.590,65 aan de man betalen.

Contact

Vermoedt u dat er in uw situatie sprake is van benadeling van de gemeenschap of heeft u hierover vragen? Neem dan gerust contact met ons op. Wij helpen u graag met deskundig advies over uw situatie en de mogelijke vervolgstappen.

mr Lieve Gootzen