Bij het berekenen van kinderalimentatie kijk je naar de draagkracht van de ouders, wat kunnen zij betalen? Het netto-inkomen is daarbij van belang. Voor de berekening van de draagkracht geldt een forfaitair rekensysteem. Het uitgangspunt is dat 30% van het netto-inkomen van de ouder wordt aangemerkt als woonlasten. In beginsel is het niet relevant voor kinderalimentatie wat de daadwerkelijke woonlasten zijn en of die ouder al dan niet samenwoont. Desalniettemin ontstaat vaak onvrede als een ouder in werkelijkheid een veel lagere woonlast heeft. Is afwijken van het forfaitaire systeem dan mogelijk?

De procedure

In deze procedure verzoekt moeder de door vader te betalen kinderalimentatie te bepalen op € 681,- per maand, rekening houdend met de werkelijke woonlasten van vader. Vader verzoekt de kinderalimentatie vast te stellen op € 294,- per maand op basis van het forfaitaire systeem. De rechtbank hanteert het forfaitaire systeem een stelt de kinderalimentatie vast op € 324,- per maand. Het hof bekrachtigt die beslissing van de rechtbank.

Het hof overwoog onder meer dat je niet mag uitgaan van de werkelijke woonlast, omdat je slechts in uitzonderlijke situaties mag afwijken van het forfaitaire systeem. Van zo’n uitzondering is volgens het Hof geen sprake. Dat de man ervoor heeft gekozen om de meerwaarde van zijn oude woning te investeren in zijn huidige woning, waardoor hij een lagere woonlast heeft, is geen reden om af te wijken. Moeder gaat in cassatie bij de Hoge Raad.

De uitspraak van de Hoge Raad

In haar uitspraak komt de Hoge Raad tot een andere conclusie. Moeder stelt dat je bij het bepalen van de draagkracht van de man rekening moet houden met zijn werkelijke woonlasten en niet met een forfaitair bedrag, rekening houdend met het feit dat de werkelijke woonlasten aanmerkelijk lager zijn dan het forfaitaire bedrag.

De Hoge Raad oordeelt dat het hanteren van een forfaitaire woonlast niet in strijd is met de wettelijke maatstaven. Als echter niet (geheel) in de behoefte van de kinderen kan worden voorzien en de werkelijke woonlasten duurzaam aanmerkelijk lager zijn dan de forfaitaire woonlasten, moet wel gekeken worden naar de werkelijke woonlasten. Wel moeten die woonlasten dan leiden tot een hogere kinderalimentatie. Als de rechter, gelet op overige omstandigheden, toch met de forfaitaire woonlast rekent, moet hij dat motiveren.

Contact

Heeft u vragen over het berekenen van kinderalimentatie, neemt u dan gerust contact op met mr Anneloes van Tuijn.

Lara Boeyink